Michielsgestel, sept 2011

In lunchgalerie 'De Rijker' ontmoeten de deelnemers elkaar en onze natuurgidsen Titia van Heusden en Johan van Laerhoven. We lopen naar Landgoed Zegenwerp, ten westen van de Dommel. Het is héél warm!
Enkele termen
  Zegenworp/-werp: visnet dat in de Dommel werd uitgeworpen
  Gestel: hoge dekzandrug; zo'n 200.000 tot 10.000 jaar geleden zijn door opstuwing van ijs hoogteverschillen ontstaan; daaroverheen is later het dekzand geworpen
  St.-Michiel: aartsengel, verwijst naar het RK-verleden van de streek, ruim bedeeld met sociale instellingen en seminaries.
Brabantse landgoederen (150!) en de flora van Zegenwerp 
Landgoederen waren oorspronkelijk van particuliere eigenaren. die geen schade aan hun gebied toebrachten. Daardoor verkeren die nu nog in 'natuurlijke staat'. Kenmerkend zijn: lange, rechte lanen van statige bomen, coulissenbouw (kamertjeslandschap) én de verzameling van bijzondere boomsoorten als: tulpenboom en mammoet- of boksboom (door dikke bast tegen bos­brand bestand), watercypres (in zuilvorm) en tranenden. De hoeveelheid paddestoelen is gering (vochtige zomermaanden en een droog najaar); toch zien we eetbare russula, stuifzwammen, gladde inktzwam én de brede wespenorchis.
Vogels
We horen het boomklevertje, de groene bonte specht, de gaai, de tjiftjaf, de ijsvogel (hoge piep), de fuut en het winterkoninkje. Rood­borstjes vertrekken, maar Russische familieleden van ze komen soms hierheen.
Waterrijke omgeving 
De Dommel is hier breed en vrij ondiep; vroeger zo diep dat er redelijk veel scheepvaart op was. De oude arm van De Dommel is nu visvijver. Er zit veel voorn en brasem. De beek is gekanaliseerd en kreeg een stuw; voor de vis­sen zijn vispassages geopend. Het water is opvallend helder; toch is de variëteit aan plantensoorten door overbemesting gering; wel staan er volop brandnetels, springbalsemien en guldenroede. Bijen en vlinders vinden hier ruim voldoende nectar.
Jules de Neville en Cocky Verweij