Brabantse Wal, april 2014

Op een zonnige dag arriveren we bij zalencentrum de Raayberg. Tijdens de koffie-mét geeft natuurgids Johan van Laarhoven aan de hand van oude kaarten alvast uitleg over het gebied. We blijven aan de zuidzijde van Bergen op Zoom.

De ontwikkelingen kunnen we bij Bezoekerscentrum De Kraaijenberg enigszins ontdekken. Johan geeft nadere toelichting over het ontstaan van de Brabantse Wal, een steile hoogte/zoom die in duizenden eeuwen is ontstaan. Vóór 10.000 jaar heerste hier de IJstijd (pleistoceen): tussen de Nederlanden en Engeland konden mens en dier over het ijs lopen. Door opwarming van de aarde ontstonden enerzijds de Noordzee, anderzijds rivieren die aanvankelijk west-noord liepen en vervolgens ook zuid-west. Door afzettingen van het hoge bosgebied uit de Schelde en strandwallen langs de Noordzee ontstaat de Brabantse Wal. Achter dat opgehoopte zand komt veenvorming tot stand. Maar, op 1 februari1953 breekt dé watersnoodramp waardoor de Deltawerken het gebied geheel veranderen. De Oosterschelde is met kering en Veersegatdam van zout water afgesloten, het Schelde-Rijnkanaal gegraven, de Oesterdam aangelegd en het Markiezaatsmeer met zoet water ontstaan.

Zo staan we in een heel complex gebied met een ongelooflijk rijke flora en fauna: vooral vogels horen we van alle kanten. In het landschap zien we duidelijk de verschillen: aan de hoge kant de Wal, vervolgens een weidegebied, dan een gebied waar de natuur haar gang mag gaan en grond achter het natuurgebied waarop grootse woningen met verdiepingen zijn gebouwd, een super locatie met een riant wijds uitzicht op de weidevelden en het Markiezaatsmeer.

In het bosgedeelte wonen en nestelen talloze vogels als de zwartkopmees. De vegetatie met nectarstruiken, als (rode) konoelje en krentenboompje verschaffen voldoende voedsel. Op de grond het gele klein hoefblad. IJslandse paarden begrazen het lage grasgebied, omgeven met wilgenbos. Door de afwisseling van hoog (droog zand) en laag (drassige klei) zie je sporen van kreekjes die steeds weer vollopen.

Er is geen galerie geselecteerd of de galerie is verwijderd.

Daar genieten we in alle rust van vogelzang: zo’n 135 soorten broedvogels zijn er waargenomen, zoals fitus en tjiftaf. Maar de grootste bewondering gaat naar de veldleeuweriken uit die zo hoog opstijgen, dat je ze niet meer ziet, naar de zanglijster en ... nachtegaal. Uiteraard overwinteren hier heel veel ganzen: gras genoeg.
Voorts wandelen we naar de vogelkijkhut vanwaar we watervogels zien als: bergeend, brandeend, kuifeend, dodaard, brandganzen en helemaal in het Markiezaatsmeer, lepelaars. Het kost moeite, om dit imposante natuurgebied in de zon te verlaten: “Een broodje uit het vuistje, had ook gekund”, horen we.

Toch rijden we terug naar het restaurant voor de lunch, buiten. We waren maar met elf deelnemers. Jammer, want het was een heerlijk dag en een prachtige wandeling, een gebied om in terug te komen, zie Wandelnet.
Namens commissie Natuur, Jules de Nivelles en Ad van de Pol