Opening Ac.Jaar HOVO 2019

19 sept 2019  Opening Academisch Jaar
Directeur van HOVO Brabant, Petra van Ruiten, verwelkomt alle aanwezigen. Tijdens haar eerste jaar als directeur, is er veel op touw gezet: uitgangspunten zijn uitgediept en doelen aangepast aan deze tijd. Uitgangspunten: kennis, ontmoeten, verwonderen.
Doelen:
- alle hoogopgeleiden van 50+ in Noord-Brabant kennen HOVO Brabant
- cursisten en docenten zijn ambassadeurs van HOVO Brabant
- inspelen op maatschappelijke ontwikkelingen (EU/brexit, Rembrandt/Velasques-
expositie, jeugdzorg etc.
- samenwerken met onder meer Science Café en Museum De Pont.
Maar de leden van het Bureau willen méér: uitbreiding van de Winteracademie, meer themadagen, nieuwe leergangen, uitbreiding van het eerste kindercollege naar vijf. HOVO Brabant is een kleine, wendbare organisatie. Mevrouw van Ruiten complimenteert bureaumanager Jacqueline met de organisatie van deze middag.

Vervolgens interviewt Mevrouw van Ruiten de voorzitter van de Vriendenvereniging van HOVO Brabant, Sed Vitae: Kees Rijgersberg. Deze vertelt wie zowel HOVO Brabant als Sed Vitae heeft geïnitieerd en respectievelijk eerste directeur en eerste voorzitter van beide is geworden: Dr. Paul Overmeer.
Sed Vitae ziet het als haar taak klankbord voor HOVO Brabant te zijn en tevens vanuit de cursisten naar Bureau, docenten en het cursusaanbod te kijken. Voorts beheert Sed Vitae een Studiefonds. Alle HOVO Brabant-cursisten die een inkomen beneden een vastgesteld bedrag hebben, kunnen voor verlichting van studiekosten daarop een beroep doen. In 2020 worden de voorwaarden verruimd.
Sed Vitae heeft een drietal activiteitencommissies: Cultuur (excursies), Forum (lezingen) en Natuur (wandelingen en excursies), altijd met een educatief doel door de medewerking van deskundigen en gidsen. Er is steeds gelegenheid voor sociale contacten. Daarnaast komt er maandelijks een nieuwsbrief uit en staat op de website al het actuele nieuws.

Prof.Dr. Donald Loose, filosoof en docent HOVO Brabant:
Kant over
gelijkheid en broederschap
Het actuele wereldnieuws toont dat er behoefte bestaat aan een nieuwe orde, gebaseerd op een nieuw wereldbeeld. De indruk kan ontstaan dat het democratisch stelsel “ook maar een mogelijk model is naast andere stelsels”. Naar de mening van Donald Loose biedt de Duitse filosoof  (1724-1804) ons het enige, moderne, herkenbare en alles verenigende ankerpunt om vast te houden aan het democratisch stelsel.

De moderne democratische rechtstaat berust op de rechten van de mens. De wijsgerige fundering ervoor gaat terug naar de Verlichting. De Franse revolutie bracht ons ‘vrijheid, gelijkheid, broederschap’. Kant, tijdgenoot van die revolutie, nuanceert deze ‘drie-eenheid’. Kant formuleert een rechtsleer en een deugdenleer. De rechtsleer noemt drie onvervreemdbare grondrechten: ‘vrijheid’, ‘gelijkheid’ en ‘zelfstandigheid’. ‘Broederschap’ is een begrip dat volgens Kant niet in de rechtsleer of in de politiek past. ‘Broederschap’ is daarentegen wel van belang in de deugdenleer.

Vrijheid is hèt grondrecht, waarop alle recht is gefundeerd. De rechtsleer omvat de voorwaarden om de vrije wilskeuze van de één te verenigen met de vrije wilskeuze van de ander: elk individu kan slechts dat willen waarvan hij kan accepteren dat een ander dat ook zou kunnen willen. Binnen die voorwaarde heeft het individu het recht zijn vrijheid autonoom te bepalen. Staatsburgers hoeven geen andere wet te gehoorzamen dan waar ze als gelijken en onafhankelijke individuen in een wetgevende vergadering in alle vrijheid hun instemming kunnen verlenen. Dit vereist mondigheid en eigen denkvermogen van de vrije burger. Uit dit principe volgt als vanzelf de burgerlijke gelijkheid: niemand staat boven de wet en er is geen plaats voor privileges, adel en andere standsverschillen. De rechtspositie van elke burger is de verhouding van de enkeling tot het grote geheel zonder het bestaan van coalities of dominante groepen.
De praktijk maakt het niet mogelijk dat ieder op gelijke wijze mede-wetgever kan zijn. Wie geroepen is tot wetgever dient burgerlijk zelfstandig te zijn: onafhankelijk, niet gestuurd door anderen, met oog voor het algemeen belang. Een volksvertegenwoordiger is geen gemandateerde van een achterban of pressiegroep. De huidige crisis van de parlementaire democratie toont aan dat lang niet alle burgers zich nog herkennen in de afgevaardigden.
Het idee van de burgerlijke gelijkheid verdraagt zich slecht met het bestaan van collectieve identiteitsclaims (o.a. gebaseerd op religie, afkomst, nationaliteit, familie, kaste), omdat die het individu opsluiten in een gemeenschappelijkheid die de eigen persoonlijkheid aantast. Collectieve identiteitsclaims leiden tot discriminatie. Het individu wordt teruggebracht tot een lid van zijn ‘clan’ en zodoende maakt hij geen deel meer uit van de universele rechtsgemeenschap en geniet niet de daarin verankerde vrijheid. In die situatie schrijft men ongelijke rechten toe aan maatschappelijk gelijken. En hier ligt het motief voor Kant het begrip ‘broederschap’ geen rol te willen laten spelen in de politiek.
Vrijheid betekent ook dat ieder op eigen wijze zijn geluk mag zoeken en beleven, mits hij daarbij de rechten van anderen niet schaadt. Iedereen moet ook het gelijke recht hebben zich een sociale positie te verwerven. Echter, verschillen in fysieke en geestelijke talenten leiden onvermijdelijk tot maatschappelijke ongelijkheid en ongelijke welvaart. Desondanks zijn allen als burgers (rechtssubjecten) gelijk. Beseft dient te worden dat de welvaart van de één afhangt van de ander. De rijke industrieel kan niet zonder zijn werknemers. Al blijft het een feit dat er altijd armen zijn geweest, en dat die er vermoedelijk ook altijd zullen zijn. Kant erkent het recht van de staat een zekere vorm van ‘inkomens- en vermogensherverdeling’ toe te passen. De staat ontleent dit richt aan de verplichting die hij heeft de samenleving in stand te houden. Armenondersteuning is in deze visie juridisch gemotiveerd en niet sociaal.

Zoals al opgemerkt, ruimt Kant in politiek en wetgeving geen ruimte in voor het begrip broederschap. Burgers zijn geen broeders, de staat is geen vader voor de burgers. Zou de staat de burgers zien als kinderen, dan zou dat betekenen dat zij onbekwaam en onmondig zijn. Dit is strijdig met vrijheid en zelfstandigheid. Kant beschouwt alle broederschappen in de politiek als ‘gekonkel’. En ook vriendschap en macht gaan niet samen. Kant geeft broederschap wel een plaats in de deugdenleer. De deugdenplicht wordt geregeerd door de morele intentie van het individu, terwijl de rechtsplicht extern wordt afgedwongen. In de deugdenleer zijn respect, liefde, welwillendheid, vriendschap belangrijke begrippen, die zich niet verdragen met superioriteit. Ook hier dus: gelijkheid en gelijkwaardigheid.

Conclusie
Donald Loose concludeert als volgt.
“De gedachten van Kant toegepast op de ‘moderne burger’ toont een burger die zoekt naar de synthese van vrijheid en natuur, van recht en samenleving. Het einddoel en ideaal is de realisering van ieders vrijheid in een van permanente vrede.
Voor ons huidig democratisch bestel betekent dat dat onze vrije instellingen (parlement, rechtbank, universiteit) de onmisbare garantie zijn voor het behoud van ieders vrijheid. Tegelijk moeten we beseffen dat we niet alles kunnen inwilligen, maar dat deze instellingen de kaders bieden waarbinnen de burgers een eigen verantwoordelijkheid als staatsburger hebben.
Zie ook: Donald Loose: Over vriendschap. De praktische filosofie van Kant. Nijmegen 2019   (samenvatting Ton Verweij)

Leuk muzikaal intermezzo door Salon 11Eleven met zangeres Daniëlle van den Hurk

Prof. dr. ir. David Smeulders, hoogleraar energietechnologie TU/Eindhoven:
De ontnuchtering van het klimaatakkoord
Hoewel de ogen nu gericht lijken te zijn op energietransmissie, blijkt, door het stijgende energiegebruik in landen buiten de EU, de USA  en China bijv., dat de wereld voorlopig niet zonder fossiele brandstoffen kan. De berekeningen gebeuren in bepaalde eenheden: 1 megaton = 1 miljoen ton, 106 ton; 1 gigaton = 1 miljard ton, 109; 1 terawattuur = 1.000 miljard wattuur, 1012 wattuur; 1 petajoule = 1.000 x 1.000 miljard joules, 1015 joules = 0,28 TWh. Wie is verantwoordelijk voor de uitstoot in China, USA, EU en India, als het aantal inwoners relatief is, idem ontwikkelingsniveaus en inkomensverschillen?

In het Klimaatakkoord van Parijs in 2015 is wereldwijd een vermindering van 11/2 – 2 0C afgesproken. Want iedereen onderkent immers nut en noodzaak daarvan. Door de stijgende waterspiegel komt er minder woonruimte. Het veroorzaakt migratieconflicten als volkeren van eilanden en kusten naar hoger gelegen, bewoonde, gebieden trekken. En in India stierven door hittegolven mei 2015 2300 mensen.

Hoeveel tijd hebben we nog?
Vanaf 1861 steeg de uitstoot in 2019 naar 2.000 gigaton. We hebben al met al nog 18 jaar (2035!), om de uitstoot van 2 0C te halen. Moeten we geheel stoppen met het gebruik van fossiele brandstof? Er is voorlopig genoeg; anderzijds stijgt de vraag naar elektriciteit juist. We stuiten dus op een economisch probleem. Want, wie compenseert bijv. China voor de nieuwe kolencentrales die 40 jaar meekunnen, het Midden-Oosten met 260 biljoen ton aan olie die niet wordt benut etc.? Het aantal bestaande en reeds in bouw zijnde kolencentrales is te groot, om daaraan zomaar voorbij te gaan.
Wereldwijd zou een reductie van 43% reductie moeten zijn bereikt tegenover 195,2 in 2015. De Nederlandse doelstelling, om het klimaatdoel van -95% reductie te behalen, zou in 2050 het geval zijn.
Zo zal de auto-industrie met elektrische auto’s veel reductie kunnen bewerkstelligen, maar, het aantal SUV’s stijgt en dat betekent weer meer uitstoot op en rond het wegennet.

Conclusie van Smeulders: we moeten naar een mix van centrales met die pieken en dalen. Daarvoor hebben we een nieuw sleutelbegrip nodig: niet efficiëntie, maar EMISSIVITEIT: gCO2 /kWh. Ofwel een Nederlandseelektriciteitsmix van 500 gCO2 /kWh, zoals hieronder is te zien.

                                              

800 basislast       variabel              basislast        360 basislast/pieklast                     variabel

Zo leidt het Nederlandse energiescenario “NEV2017VV-SDE” tot 300 g/kWh uitstoot in 2030.

Wat betekent dat voor onze huishoudens?
CV-ketel vervangen door warmtepomp, een soort omgekeerde airconditioning (37% reductie)? Dat is een dure oplossing doordat huizen veel beter geïsoleerd moeten zijn en dat kan niet altijd. Ergo, voorlopig gas in huis niet door stroom vervangen vanwege het tekort aan elektriciteit in Nederland, maar gas van elders inkopen. Zelf meer elektriciteit ontwikkelen leidt tot: “8 jaar praten en 2 jaar graven”.
Tweede conclusie
“De enige realistische optie is grootschalige opslag van elektriciteit in de vorm van molekulen (waterstof, methaan, metanol, ammonia, mierenzurr) of warmte (links) en lokale opslag van energie van zonnepanelen en zonnecollectoren in batterijen en/of warmtebatterijen.” (rechts) TNO en TU Eindhoven
Maar er zijn nog meer mogelijkheden van opslag.
                                   

MW zonnecollectoren en    In gesmolten zout (Stuttgart)  Phase Change Material: warmte opslaan
200.000 m3 waterbassin (Denemarken)                                in ijs (1 kg)  [PCM = faseverandering, van vast
naar vloeibaar v.v.]
58 0C

temperatuur in de tank blijft 58 0C

(Sunamp hittebatterijen)
20 0C komt binnen

 

GEEN WARMTEPOMP
MAAR EEN WARMTEBATTERIJ
IN HUIS

Ter afsluiting van deze interessante en goed verzorgde middag nog een glas in de foyer:
de colleges beginnen weer, cocky verweij