Yerseke, sept 2016

Commissies Cultuur en Natuur, sept 2016

Het dorp Yerseke ligt op Zuid-Beveland, aan de Oosterschelde, en is in 1060 ontstaan. De eerste haven is in 1900 met de hand gegraven. Aan een haven staat een bronzen beeld van het mosselmannetje, door de vissers aan de stad geschonken. Havens: prins Willem Alexanderhaven, prinses Beatrixhaven en de Julianahaven. Met een film en een inleiding door gids Andries komen we tijdens de koffie en bolus meer over de mosselteelt te weten. Aan de kust hebben bewoners altijd mosselen geraapt en gegeten. De teelt van mosselen is in 1870 in de Oosterschelde begonnen, toen mosselgronden werden verpacht. Later is een deel van de mosselteelt op de Wadden gekomen. In het voorjaar vindt de voortplanting plaats: mosselen zetten hun larven af die eerst vrijelijk in de Oosterschelde zweven, maar als ze schelpen krijgen, hechten de mosseltjes zich op de bodem (bodemcultuur) en aan elkaar (mosselbanken). Als de mosseltjes twee cm zijn, vissen de mosselvissers ze op en strooien die in de hun toegewezen percelen uit (drie voetbalvelden groot). Om de Oosterscheldebodem niet te beschadigen, hebben natuurorganisaties via de rechter de mosselzaadinvanginstallaties, mzi’s, afgedwongen.

Er is geen galerie geselecteerd of de galerie is verwijderd.

Zodra de mosselen 5 cm zijn, halen de vissers ze weer op en brengen transporteurs ze bij de mosselhandelaren. Daar worden de mosselen via diverse wasstraten in een enorme hal gewassen. Daarna sorteren vrouwen ze. Mannen vullen jute zakken met de gesorteerde mosselen en naaien de zakken dicht met gekleurd garen en labelen ze. De kleuren zijn afhankelijk van de grootte van de mossel. Dat zijn klein naar groot: Extra, Super, Jumbo, Imperial en Goud. De smaak hoeft overigens niets met de grootte te maken te hebben. Dat hebben we allemaal verteld gekregen en van bovenaf in de immense fabriekshal mogen zien (horen en ruiken). Vervolgens gaan de mosselen naar de veiling. Op de veiling bieden de handelaren op getrokken monsters.

Er is geen galerie geselecteerd of de galerie is verwijderd.

Er zijn twee methoden voor de mosselenteelt. Op de bodem (bodemcultuur), zoals hierboven beschreven en de hangcultuur: de mosselen hangen in een loodrechte waterkolom en komen niet met de (zee)bodem in aanraking. Doordat de mossellarven door het water zweven en zich met hun byssusdraden aan alles wat houvast biedt, hechten, doen ze dat ook aan een pluizig touw dat aan boeien geknoopt is. Voordeel: deze mosselen krijgen meer voedsel en zonlicht, zodat er al in juni heel smaakvolle mosselen zijn. Toch betreft de hangcultuur nog slechts 2% van de productie.
Oesters worden in september gevist en op maat gesorteerd. Ze moeten goed gesloten zijn. Daarna gaan ze tijdelijk in putten. Er zijn twee soorten oesters. De kreuzen komen oorspronkelijk uit Portugal en Japan; de platte zijn de Zeeuwse. De kreuzen zijn na 3 jaar rijp, de Zeeuwse na 6 jaar. De omzet van de kreuzen bedraagt 4 miljoen ton, de Zeeuwse van 1 miljoen ton. Oesters hechten zich maar éénmaal aan een oppervlak.

Op de Ariana ligt informatie over Natuurpark De Oosterschelde. De mosselschepen hebben weinig diepgang vanwege de ondiepe percelen, maar zijn wel breed. In de haven staat een bronzen beeld van het mosselmannetje, door de vissers aan de stad geschonken. 
Na de lunch aan boord zoekt iedereen het dek op: een genoeglijke tocht waarvan iedereen geniet. Ondertussen mag wie durft rauwe mosselen proeven: héérlijk. Voorts rijdt de bus ons naar Goes.
Ad van der Pol, foto's Will van Doorn en Ton Verweij